Warmteterugwinning: energie besparen met een slim concept
Wat is warmteterugwinning in een stal?
Warmteterugwinning is het hergebruiken van warmte die normaal via de ventilatie naar buiten verdwijnt. In veel stallen is de afvoerlucht relatief warm en vochtig. Dat is in feite “energie” die je al hebt betaald, via verwarming en via de warmteproductie van dieren.
Met WTW vang je een deel van die warmte af en zet je die weer in voor:
- voorverwarming van inkomende ventilatielucht
- ondersteuning van vloerverwarming of nestverwarming
- het verhogen van de efficiëntie van een warmtepomp (hogere bronkwaliteit)
- het stabiliseren van temperatuur en luchtvochtigheid in de afdeling
Waarom is warmteterugwinning juist in stallen interessant?
In stallen heb je vaak een continue warmtestroom: dieren produceren warmte, ventilatie draait (bijna) altijd, en er is regelmatig behoefte aan bijverwarmen, zeker bij jonge dieren.
Dat maakt WTW aantrekkelijk omdat:
- de warmtebron constant beschikbaar is
- ventilatie sowieso nodig is voor CO2, vocht en ammoniak
- klimaatstabiliteit direct effect heeft op comfort en prestaties
Vooral in afdelingen met biggen, kuikens of andere jonge dieren is het voordeel groot: je wilt frisse lucht, maar je wilt geen koudeval en geen schommelingen.
Hoe werkt warmteterugwinning in een stal?
Er zijn verschillende manieren om warmte terug te winnen. In de praktijk zie je vaak een waterzijdige oplossing waarbij warmte uit afvoerlucht via een wisselaar wordt overgedragen aan water, en vervolgens weer aan de inkomende lucht of aan een afgiftesysteem.
- Warmte uit de afvoerlucht halen
De afgevoerde stallucht bevat warmte. Via een warmtewisselaar wordt die warmte overgedragen, zonder dat de vervuilde lucht direct mengt met de schone zijde. - Warmte transporteren via water
Water is een handige “drager” van warmte. Je kunt warmte bufferen en op een later moment inzetten, of verdelen naar meerdere afnemers (bijvoorbeeld inlaatlucht én vloer). - Warmte terugbrengen waar je hem nodig hebt
De meest voorkomende toepassingen:
– verse lucht voorverwarmen aan de luchtinlaat
– vloerverwarming, wandverwarming of lokale verwarmingscircuits
– aanvoer naar een warmtepomp, zodat die met een hogere bron temperatuur efficiënter werkt - Slimme regeling bepaalt het echte rendement
Het systeemrendement staat of valt met de regeling. Een goede regeling stemt af op:
– buitentemperatuur
– gewenste afdelingstemperatuur
– ventilatievraag (bijvoorbeeld op CO2 en luchtvochtigheid)
– beschikbare warmteopbrengst
– warmtevraag van de afnemers
Belangrijk: warmteterugwinning presteert pas echt goed als de teruggewonnen warmte ook daadwerkelijk gebruikt kan worden. Een buffervat of slimme afnemerstrategie helpt om opbrengst te benutten.
Warmteterugwinning in combinatie met luchtwassers en centrale ventilatie
In veel moderne stallen is er centrale ventilatie en mechanische afzuiging. Als er ook een luchtwasser aanwezig is, ontstaat er een logische plek om warmte “mee te nemen” in het proces, afhankelijk van de gekozen techniek en opbouw.
Wat je hiermee bereikt:
- minder warmteverlies bij noodzakelijke ventilatie
- stabielere inlaattemperatuur
- minder pieken en dalen in afdelingsklimaat
- betere stuurbaarheid, omdat je minder hoeft te “smoren” op ventilatie om warmte vast te houden
Let op: de precieze uitvoering verschilt per staltype, ventilatieconcept en installatie. De kern blijft dat je warmte uit een continue luchtstroom terugwint en inzet op een plek waar het effect heeft.
Typische voordelen die je vaak terugziet
- Lagere energiekosten door minder bijverwarmen
- Stabieler stalklimaat met minder temperatuurschommelingen
- Minder risico op koudeval bij hogere ventilatie in koude periodes
- Makkelijker sturen op luchtkwaliteit zonder klimaatverlies
- Lagere CO2-footprint door lager energieverbruik
- Toekomstbestendiger bij wisselende energieprijzen
Terugverdientijd
In de praktijk varieert terugverdientijd sterk. In stallen met hoge verwarmingsbehoefte en structurele winterventilatie kan WTW relatief snel uit. In stallen met weinig verwarmingsvraag of beperkte afname van warmte duurt het langer.
Eenvoudig rekenvoorbeeld
Onderstaande rekensom is bedoeld om orde van grootte te geven. Werkelijke cijfers hangen af van jouw debieten, instellingen en energieprijzen.
Aannames (voorbeeld):
- Er is in de winter een duidelijke verwarmingsbehoefte.
- Je ventileert substantieel door voor luchtkwaliteit en droging.
- WTW dekt gemiddeld een deel van de warmtevraag, niet alles.
Effect in de praktijk:
- Je verwarmingssysteem hoeft minder vaak bij te springen.
- De inlaatlucht komt minder koud binnen.
- Je verliest minder warmte via afzuiging.
Wanneer is warmteterugwinning een goede keuze?
WTW is meestal interessant als meerdere van deze punten kloppen:
WTW past vaak goed als
- je in koude periodes moet ventileren voor luchtkwaliteit, vocht of diergezondheid
- je afdelingen hebt met jonge dieren waar temperatuurstabiliteit cruciaal is
- je centrale ventilatie en mechanische afzuiging hebt
- je warmte direct kunt inzetten (inlaat, vloer, buffervat, warmtepomp)
- je energiekosten en CO2-reductie belangrijk vindt, nu en richting de toekomst
WTW is minder logisch als
- je nauwelijks verwarmt of weinig warmtevraag hebt
- ventilatie in de winter structureel laag is en ook laag kan blijven
- je de warmte niet kwijt kunt, waardoor opbrengst onbenut blijft
- er onvoldoende ruimte is voor waterzijdige componenten, buffers of leidingwerk
Praktische toepassing: warmteterugwinning in de veehouderij
In moderne stallen is een stabiel binnenklimaat essentieel. Jonge dieren zoals biggen of kuikens zijn gevoelig voor tocht en kou. Door warme uitgaande lucht slim te benutten voor de verwarming van inkomende lucht of vloerverwarming, kunnen energiekosten omlaag zonder concessies aan dierenwelzijn.
Bij systemen waarin warmteterugwinning wordt gecombineerd met luchtwassers, wordt de warme lucht gebruikt om water te verwarmen. Dit maakt het mogelijk om ook in koude periodes efficiënt en duurzaam te ventileren.
- Vervuiling en onderhoud
– Zorg voor goede toegankelijkheid van wisselaars en filters.
– Plan periodieke inspectie en reiniging.
– Houd rekening met stofbelasting en bedrijfsvoering.
- Condens en vocht
Afvoerlucht is vaak vochtig. Condens is normaal bij warmteterugwinning. Dat vraagt om:
– correcte afvoer van condenswater
– materialen en opbouw die daartegen bestand zijn
– aandacht voor hygiëne en onderhoudsroutines
- Regeling en sensoren
Sensoren en regeling zijn cruciaal. Een stabiele setpointstrategie voorkomt:
– te koude inblaas
– onnodig hoog energiegebruik
– schommelingen die je alsnog met verwarming moet corrigeren
- Buffercapaciteit
Een buffervat kan het verschil maken tussen “soms voordeel” en “structurele opbrengst”, vooral als warmtevraag en warmteaanbod niet altijd precies tegelijk vallen.
Warmteterugwinning combineren met een warmtepomp
Warmtepompen presteren beter met een “warmere” bron. Afhankelijk van ontwerp kan WTW een mooie bron of ondersteuning zijn. Dit kan interessant zijn als je:
- veel draaiuren maakt
- meerdere warmteafnemers hebt (inlaat, vloer, techniekruimte)
- de installatie slim kunt regelen op vraag en aanbod
Belangrijk is dat het totaalconcept klopt: bron, buffer, afgifte en regeling moeten op elkaar zijn afgestemd.
-
Levert WTW ook iets op als ik een luchtwasser heb?
Dat kan, afhankelijk van het systeemconcept. Een luchtwasser wordt vaak al centraal in het ventilatieproces ingezet. Dat maakt integratie van warmteterugwinning logisch, mits het technisch passend is en onderhoud goed is ingericht.
-
Kan ik met warmteterugwinning minder ventileren?
WTW is niet bedoeld om ventilatie te vervangen. Het is juist bedoeld om te kunnen ventileren wanneer het nodig is, zonder dat je klimaat en energieverbruik daar zwaar onder lijden.
-
Is WTW geschikt voor varkens en pluimvee?
In veel gevallen wel, juist door de continue warmteproductie en de noodzaak om ook in koude periodes luchtkwaliteit te borgen. De beste toepassing hangt af van staltype, ventilatiestrategie en warmtevraag.
-
Wat is belangrijker, de wisselaar of de regeling?
Beide. De wisselaar bepaalt wat technisch mogelijk is, de regeling bepaalt hoeveel je er in de praktijk daadwerkelijk uithaalt.
-
Hoe weet ik of mijn stal geschikt is?
Kijk naar je winterventilatie, je huidige verwarmingslast, je klimaatproblemen (schommelingen, koudeval) en of je teruggewonnen warmte kunt inzetten. Een korte inventarisatie met debieten, temperaturen en warmtevraag geeft meestal al snel richting.